De Cairn

 

Up
Zo
Foto's Zo
Annie
Foto's Annie

 

 

Rasstandaard
Portosystemische shunt
Verschijnselen
Procedure levershunt-controle
Bloedafname
Ammoniak-tolerantie-test
Perfusie-scan
Wat te doen bij een shunt
Individuele testen
Vererving
Risico-analyse levershunt

Het karakter

De Cairn Terrir is een kleine, opgewekte, vrolijke hond, een expert in het uitdenken van kattenkwaad. Hij maakt altijd een levendige indruk. De Cairn straalt blijheid en enthousiasme uit. Niets van wat er om hem heen gebeurt ontgaat een Cairn. Karakteristiek voor de Cairn is de eigenwijsheid en eigengereidheid waarmee hij door het leven dartelt: de eigenwijze, zelfstandige boskabouter.

Naast de uiterlijke verschillen tussen een  Cairn-reu en een Cairn-teef (de reu is wat groter en imposanter dan de teef en bezit meestal een wat overvloediger haarvacht) zijn er ook een aantal karakterverschillen. Wellicht geheel tegen de verwachting in is een Cairn-reu over het algemeen aanhankelijker dan een teef. Tegelijkertijd echter is hij dominanter en heeft daarom een strakkere hand nodig. De Cairn-teef daarentegen is wat vinniger, wat kattiger.

De Cairn is opgeruimd van aard, hij is altijd opgewekt en vrolijk, ziet overal de lol van in. Is altijd in voor een spelletje, op zoek naar kattenkwaad. Ondeugend dus, maar met een hele grote dosis vertedering, waardoor het moeilijk is om boos op hem te worden.

Cairn Terrirs zijn intelligente honden. Ze leren heel gemakkelijk. Ze zijn ook heel goed in staat de basisbeginselen van de gehoorzaamheid te leren. Alleen .... als het er op aan komt ..... blijkt dat ze alleen dan luisteren ls ze daar toevallig zin in hebben. Los laten lopen op de openbare weg is daarom gevaarlijk.

Over het algemeen kan de Cairn goed opschieten met kinderen. Hij is een vriendje voor zowel grote als kleine kinderen. Bij kleinere kinderen moet er vanzelfsprekend voor gezorgd worden dat de hond ten opzichte van het kind wordt beschermd. Het is aan de ouders om te voorkomen dat een hond speelgoed wordt voor een kind!

Een Cairn Terrir kunt u overal mee naar toe nemen, mits u hem van het begin af aan op een juiste wijze heeft opgevoed. Meenemen in de trein, bus of tram gaat door zijn formaat heel gemakkelijk.

Een Cairn is een hond, die aan de ene kant heel zelfstandig optreedt terwijl hij aan de andere kant veel aandacht vraagt. Het opvoeden van een Cairn vraagt veel tijd en geduld, maar een zorgvuldig opgevoede Cairn, die geleerd heeft, wat u, als eigenaar, belangrijk vindt, is een eindeloze hond. Alle tijd en moeite, die u in de eerste maanden in de pup investeert, krijgt u later dubbel en dwars terug.

Een Cairn heeft een strenge, maar eerlijke en consequente opvoeding nodig. Het is geen zeldzaamheid dat er tijdens de opvoeding iets fout gaat en de Cairn de baas in huis wordt. In de meeste gevallen mankeert er niets aan de betrokken Cairn, veelal is er iets mis gegaan in de opvoeding. Het is daarom aan te bevelen met de Cairn-pup aan een puppy-cursus of -indien hij wat ouder is- aan een elementaire cursus gehoorzaamheid van een plaatselijke kynologenclub deel te nemen.


Rasstandaard

Aard: speels, actief, aanhankelijk
Gemiddelde levensduur: 12 jaar
Schouderhoogte: 28-31 cm
Gewicht: 6-7 kg
Vacht: crme, tarwekleurig, rood, grijs of bijna zwart, gestroomd geoorloofd. Niet effen zwart op wit. Donkere punten (oren en snuit) zijn typisch
Aanleg: gezelschapshond
Omgang met kinderen: voortreffelijk
Omgang met andere honden: goed
Leefruimte: kan op een flat wonen, maar heeft veel beweging nodig
Vachtverzorging: 2 keer per jaar laten plukken of 4 keer per jaar laten  strippen  en regelmatig goed borstelen

Algemeen
Levendig, oplettend, met het natuurlijke voorkomen van een werkende hond. Moet goed over de voorbenen staan. Sterke achterhand, diep in ribben, zeer vrij gangwerk. Een weerbestendige vacht. Moet de indruk maken actief, sportief en gehard te zijn. Onbevreesd en vrolijk van aard; zelfbewust maar niet agressief.

Hoofd
Klein, maar in verhouding tot het lichaam. Schedel breed; een duidelijke inzinking tussen de ogen met een uitgesproken stop. Voorsnuit krachtig, kaken sterk, maar niet lang of zwaar. Zwarte neus. Goed behaard.

Gebit
Grote tanden. Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen dat de bovensnijtanden nauw over de ondersnijtanden sluiten; de tanden staan recht in de kaken.

Oren
Klein, puntig, goed rechtop gedragen, niet te dicht bij elkaar staand en ook niet zwaar behaard.

Ogen
Wijd uit elkaar staand, middelmatig groot, donker hazelnootkleurig. Iets diepliggend, met ruige wenkbrauwen.

Lichaam
Rechte rug, middelmatig van lengte. Goed gebogen, diepe ribben; sterke, soepele lendenen. Schuin geplaatste schouders. Hals goed aangezet, niet te kort. Schouderhoogte ongeveer 28-31 cru, maar in verhouding tot het gewicht.

Benen
Middelmatige beenlengte; goed, maar niet te zwaar bot. De voorbenen mogen nooit uit de ellebogen staan. De benen zijn bedekt met hard haar. Achterhand: zeer sterke, goed bespierde dijen. Goede, maar niet overdreven kniehoeking. Spronggewricht goed laag geplaatst, draait van achteren gezien niet naar binnen of buiten.

Voeten
Voorvoeten groter dan achtervoeten. Voorvoeten mogen iets naar buiten staan. Voetkussens dik en sterk. Dunne of smalle voeten of spreidvoeten en lange nagels zijn verwerpelijk.

Staart
Kort, in balans, goed behaard, maar niet bevederd. Niet te hoog en niet te laag aangezet; vrolijk gedragen, maar niet over de rug gebogen.

Vacht
Zeer belangrijk. Weerbestendig. Moet een dubbele vacht zijn met een overvloedige harde, maar niet te grove bovenvacht; onderhaar kort, zacht en dicht. Een open vacht is verkeerd. Een licht golven is toegestaan.

Kleur
Crme, tarwekleurig, rood, grijs of bijna zwart. Gestroomd is bij al deze kleuren geoorloofd. Niet effen zwart of wit of zwart met bruine aftekening. Donkere punten, zoals oren en snuit, zijn typisch.

Bijzonderheden
Gangwerk: een zeer vrije en vloeiende pas. De voorbenen reiken goed naar voren. De achterbenen zorgen voor een voortstuwende kracht. De hakken zijn noch te dicht bij elkaar geplaatst, noch te wijd uiteen.
Fouten: iedere afwijking van het bovenstaande moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.
Opmerking: reuen moeten twee normale testikels hebben, die volledig ingedaald zijn in het scrotum. Top


Levershunt

Portosystemische shunt
Een aangeboren afwijking die voorkomt bij de Cairn Terrier (en vele andere rassen) is de portosystemische shunt. Sinds tien jaar wordt een groot aantal Cairn Terrierpups op deze afwijking getest. Vanaf 1991 zijn ruim 5000 pups op levershunt getest. Gebleken is dat ca. 1% van de pups de afwijking heeft.

Wat is een Portosystemische shunt?
Om de afwijking 'portosystemische shunt' te begrijpen is het van belang te weten hoe de situatie bij een gezonde hond is. Al het bloed, dat afkomstig is uit de maag, de darmen en andere buikorganen, verzamelt zich in de poortader, die in de lever uitmondt. Met dit bloed worden alle stoffen, die in de darmen worden opgenomen, naar de lever vervoerd. Naast nuttige voedingsstoffen worden uit de darmen ook uiterst giftige stoffen in het bloed opgenomen. De lever heeft als taak de giftige stoffen uit het poortaderbloed te verwijderen, zodat die niet in het lichaam kunnen binnendringen.
Een portosystemische shunt is een bloedvat dat de poortader verbindt met de achterste holle ader, die naar het hart loopt. Zo'n shunt is normaal niet aanwezig, het is dus een extra aangelegd bloedvat.
Het gevolg van een shunt zal duidelijk zijn: het poortaderbloed stroomt grotendeels door de shunt buiten de lever om naar de achterste holle ader. Daarmee komen ook de giftige stoffen vanuit de darmen direkt in het lichaam terecht. Een dier met zo'n aangeboren shunt wordt daardoor langzamerhand vergiftigd. Bovendien werkt de lever niet goed omdat er veel minder bloed dan normaal in de lever aankomt. Top

Verschijnselen
De symptomen van een portosystemische shunt kunnen soms al op heel jonge leeftijd worden opgemerkt, maar het kan ook n tot anderhalf jaar duren voordat verschijnselen gezien worden. Dit betekent dus dat een fokker bij een nest pups van negen weken niet met zekerheid kan zien of n van de pups een shunt heeft. Een goed uitgevoerde ammoniak-test is de enige mogelijkheid om zekerheid te krijgen.
Niet altijd zijn de symptomen van een shunt even duidelijk en meestal vertoont n hond niet alle symptomen.

Wat zijn mogelijke verschijnselen?
1. snel moe worden.
2. sloom zijn.
3. veel drinken en veel plassen.
4. vertraagde groei, 'achterblijvertje'.
5. braken, soms ook diarree.
6. blaasontsteking, persen op de urine.
7. 'hersenverschijnselen'.

Hersenverschijnselen houden in: kwijlen, onhandig drinken, moeilijk slikken, 'dronken lopen', omvallen, dwangmatige bewegingen maken (zoals in cirkels lopen of door de muur willen lopen), schijnbaar blind zijn, slecht op prikkels reageren, toevallen hebben, plotseling in slaap vallen. De verschijnselen zijn vaak wisselend in ernst; een hond kan de ene dag heel normaal lijken en de volgende dag slecht zijn. Soms is een hond vooral de eerste uren na de maaltijd ziek. Top

Procedure levershunt-controle
Om voor pupinformatie van de Nederlandse Cairn Terrier Club in aanmerking te komen is levershunt-controle van het gehele nest een voorwaarde. Daarnaast laat een overgrote meerderheid van de fokkers hun nesten pups op eigen initiatief testen via de Nederlandse Cairn Terrier Club. Publicatie van de uitslagen vindt plaats in het Cairn-Nieuws, het clubblad van de Nederlandse Cairn Terrier Club.
Levershunt-controle van nesten Cairn Terriers via de Nederlandse Cairn Terrier Club is mogelijk in een aantal -specifiek daarvoor aangewezen- dierenartsenpraktijken en in de kliniek voor gezelschapsdieren van de Rijksuniversiteit Utrecht.
Het nest wordt -voordat de pups zes weken oud zijn- opgegeven bij de cordinator shuntcontrole van de Nederlandse Cairn Terrier Club, via het aanmeldingsformulier  op deze site of telefonisch bij Marijke de Vries, telefoon: 0180-551310. De fokker ontvangt na aanmelding de testformulieren en een toelichting op de procedure thuis. Na het chippen vult de fokker de chipnummers van de pups op de formulieren in en ondertekent ze. Wil een fokker het nest door de Kliniek in Utrecht laten onderzoeken, dan dient de afspraak via de Nederlandse Cairn Terrier Club gemaakt te worden. Wordt het nest getest door een van de andere aangwezen dierenartsen, dan kan de fokker rechtsstreeks met deze dierenartspraktijk een afspraak maken. Bij de controle dienen de testformulieren en een kopie van de stamboom van vader- en moederhond en een kopie van het rose chipformulier ingeleverd te worden. Pups worden pas getest nadat zij gechipt zijn. Top

Bloedafname
Om een portosytemische shunt vast te stellen wordt een bloedonderzoek op ammoniak verricht. De hond dient hiervoor nuchter te zijn; dat wil zeggen dat hij of zij na 23.00 uur op de dag voorafgaand aan het onderzoek niet meer mag eten (ook niet drinken bij de moederhond). Het drinken van water is wel toegestaan.
De meeste dierenartsen zullen bloed afnemen uit de hals; in de meeste gevallen gaat dit snel en eenvoudig. Bij tegenstribbelende pups kan het voorkomen dat er mis geprikt wordt en de dierenarts het nogmaals zal moeten proberen. Het is daarom van belang dat pups gewend zijn vastgehouden te worden!
Bloedafname dient zeer nauwkeurig te gebeuren om foutieve uitslagen te voorkomen. De dierenarts zal hiervoor de nodige voorzorgsmaatregelen treffen.
De kosten voor een ammoniak-test bedragen ca. 20,00 per pup in de Kliniek in Utrecht; bij de overige aangewezen dierenartsen ligt dit hoger.

De uitslag
Snel na het afnemen van het bloed ontvangt de fokker de uitslag. Als de pups in de universiteitskliniek in Utrecht zijn getest, krijgt de fokker de uitslag de volgende dag telefonisch. Bij de andere dierenartsen zult u over het algemeen gelijk de uitslag krijgen. Zo spoedig mogelijk na de test krijgt de fokker het testformulier met de uitslagen toegezonden. In principe moet de ammoniak-waarde onder de 45 umol/l liggen. In de praktijk wordt nader onderzoek verricht als de gevonden ammoniakwaarde 60 umol/l of hoger is. De ervaring heeft geleerd dat de overgrote meerderheid van pups met een ammoniakwaarde tussen de 45 en 60 geen shunt heeft. Daarom is de grens bij 60 umol/l gelegd. Echter: er zijn meerdere gevallen bekend van Cairn-pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l die wl een shunt hadden. Heeft een pup dus een ammoniakwaarde, die 60 umol/l of hoger is, dan wordt standaard verder onderzoek gedaan. Voor fokkers van pups met ammoniakwaarden tussen de 50 en 60 umol/l is het nadere onderzoek niet verplicht, maar wel aan te raden.

Voor veel fokkers is het moeilijk te begrijpen dat een pup met een ammoniakwaarde van 57 umol/l wel een shunt kan hebben, terwijl een pup met een waarde van 78 umol/l dit mogelijk niet heeft. Men moet zich hierbij realiseren dat het bij deze test gaat om het meten van een uiterst kleine hoeveelheid ammoniak in het bloed. Alleen een test, welke volgens een speciale methode, zeer zorgvuldig wordt uitgevoerd, is betrouwbaar.

In de praktijk blijkt dat er bij de uitslagen tussen de 50 en 80 umol/l sprake is van een "grijs" gebied: f de hond heeft een shunt en door toevallige oorzaken geen zeer sterk verhoogde ammoniakwaarde f de hond heeft geen shunt maar door toevallige oorzaken wel een enigszins verhoogde ammoniakwaarde. Alleen nader onderzoek kan in dit grijze gebied duidelijkheid verschaffen.

Nogmaals: bij een pup met een waarde vanaf 60 umol/l wordt standaard nader onderzoek verricht; voor pups met een ammoniakwaarde tussen de 50 en 60 umol/l wordt het aanbevolen. Top

Ammoniak-tolerantie-test
Bij pups met een verhoogde ammoniakwaarde wordt een ammoniak-tolerantie-test uitgevoerd. Allereerst wordt bij de hond een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Daarna wordt een kleine hoeveelheid ammoniak-oplossing in de endeldarm ingebracht, welke hoeveelheid bij gezonde honden door de lever wordt uitgezeefd. Na 20 en 40 minuten wordt nogmaals een buisje bloed afgenomen voor een ammoniak-bepaling. Bij gezonde dieren vindt geen stijging van de ammoniakconcentratie plaats, bij dieren met een portosystemische shunt vindt er een zeer duidelijke stijging plaats (meestal tot boven de 150 umol/l). Er is geen relatie tussen de hoogte van de ammoniakconcentratie en de grootte van de shunt of de ernst van de verschijnselen. Helaas is er ook in de ammoniaktolerantietest sprake van een 'grijs' gebied: heel soms vindt er een geringe verhoging van het ammoniak plaats, die hoogstwaarschijnlijk als normaal moet worden beschouwd. Het overdoen van de ammoniaktolerantietest is een mogelijkheid om uitsluitsel te krijgen of er inderdaad geen shunt aanwezig is.
De ammoniak-tolerantie-test is niet belastend voor de volwassen hond en ook niet voor een pup.
De kosten voor de ammoniak-tolerantie-test bedragen in Utrecht circa 30,00; bij de overige dierenartsen moet u rekenen op een hoger bedrag. Top

Perfusie-scan
Er is inmiddels een methode ontwikkeld waardoor met zekerheid vastgesteld kan worden of de hond een portosystemische shunt heeft: de perfusie-scan.
Dit is nog geen standaard onderzoek. Als de dierenarts die de shunt-controle uitvoert een perfusie-scan noodzakelijk vindt, zal hij/zij dit met u overleggen.
Tijdens een perfusie-scan (ook wel shunt-fraktiemeting genoemd) kan -indien aanwezig- de shunt zichtbaar gemaakt worden met behulp van apparatuur. Tevens kan de mate van shunting bepaald worden (dat wil zeggen: het percentage bloed dat om de lever heenstroomt wordt berekend).
De perfusie-scan kan alleen in de Kliniek in Utrecht worden uitgevoerd. Top

Wat te doen bij een shunt?
Uiteindelijk is een portosytemische shunt dodelijk. De hond 'groeit er niet overheen' en de shunt gaat ook niet vanzelf dicht. In principe zijn er twee oplossingen:

Operatie
In principe wordt een portosystemische shunt behandeld door hem operatief af te sluiten. Het type shunt dat bij de Cairn Terrir voorkomt (de extrahepathische shunt) is gelukkig goed operabel. Tegenwoordig wordt de shunt niet altijd helemaal afgesloten, maar wel zoveel mogelijk. Het sluiten van een portosystemische shunt is specialistisch werk: te veel sluiten kan leverstuwing geven, te veel openlaten geeft onvoldoende effekt. De meeste Cairns met een portosystemische shunt worden op een leeftijd van 3-4 maanden geopereerd.
Het succespercentage ligt bij de Cairn Terrier op 85%.
Na een geslaagde operatie kan een hond met een portosystemische shunt een normaal leven leiden en hoeft op geen enkel terrein ontzien te worden. Men moet zich echter wel realiseren dat hoewel het dier gezond is, hij of zij nog steeds drager van de erfelijke informatie die de shunt veroorzaakte is! Gebruik van een geopereerde hond voor de fokkerij is dus volstrekt af te raden!
De kosten van een operatie bedragen ongeveer 700,00.
Afhankelijk van de situatie kan de behandeld dierenarts de hond tot het moment van de operatie een speciaal dieet voorschrijven.

Euthanasie
Als om wat voor reden dan ook niet voor een operatie gekozen wordt, nadat vaststaat dat de hond aan een portosystemische shunt lijdt, is de meest reele oplossing de hond in te laten slapen, voordat de shunt-verschijnselen zich voor gaan doen. Top

Individuele testen
Het kan zijn dat bij een hond uit een niet-gekontroleerd nest verschijnselen optreden, die de eigenaar of de dierenarts doen denken aan een portosystemische shunt. In dit geval kan de behandelend dierenarts een afspraak maken met de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht.
Als iemand een pup uit een niet-gekontroleerd nest heeft gekocht en deze voor de zekerheid wil laten testen door de Kliniek in Utrecht of door n van de aangewezen dierenartsen kan daarvoor kontakt opgenomen worden met de Nederlandse Cairn Terrier Club. De eigenaar van de pup krijgt dan individuele testformulieren toegestuurd. Top

Vererving
Over het ontstaan van de portosystemische shunt is nog weinig bekend. De Cairn Terrier is niet het enige ras waarbij de shunt wordt vastgesteld, bij vele andere rassen is de shunt geconstateerd.
De deskundigen gaan er vanuit dat er in elk geval erfelijke faktoren in het spel zijn. De meest waarschijnlijke wijze van vererving voor de portosystemische shunt is de polygene overerving, dat wil zeggen dat er meerdere genenparen bij betrokken zijn. De vererving is daardoor een zeer ingewikkelde zaak. De resultaten van de proefparingen ondersteunen deze konklusie. Zolang er nog geen 100% duidelijkheid is over de wijze van vererving van de portosystemische shunt wordt fokkers vooralsnog niet het advies gegeven een ouderdier met een nakomeling met een portosystemische shunt van de fokkerij uit te sluiten. Wel wordt door de Kliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht afgeraden de combinatie waaruit een pup met een portosystemische shunt is geboren te herhalen. Thans is men druk bezig met de voorbereidingen voor DNA onderzoek naar de shunt. Top

Risico-analyse levershunt
Sinds medio 2000 is het mogelijk om als een fokker van plan is met bepaalde ouderdieren een nest te gaan fokken de Nederlandse Cairn Terrier Club te vragen naar een schatting van het shuntrisico in deze combinatie. Dit is een statistische analyse aan de hand van de shunt-uitslagen, zoals die al jarenlang zijn verzameld. Omdat alle uitslagen al diverse jaren gepubliceerd worden, hebben fokkers al gebruik gemaakt van deze uitslagen om de meest risicovolle combinaties te vermijden. Het percentage shuntlijders is in een aantal jaren gedaald van 3% tot onder de 1%. In de praktijk blijkt echter dat sommige fokkers het risico beter "kennen" dan anderen. Bovendien wordt dit inzicht per generatie ingewikkelder! De risico analyse is een methode om op verantwoorde wijze een risicoschatting uit te voeren en te controleren.
De bedoeling van de risico-schatting is de fokkers een handvat te geven het shunt-risico in de afweging bij het zoeken naar een geschikte combinatie mee te laten wegen. Het is zeker niet de bedoeling om het fokkerij-beleid over te nemen. Bij een relatief hoog risico zou je als fokker kunnen nadenken over alternatieven. Overigens moet men zich wel realiseren dat er altijd een kans op een shunt bestaat, ook in een combinatie met een absoluut en relatief laag risico: een kans van 0.38% is weliswaar heel klein, maar nog steeds bestaat de kans op een pup met een shunt.
Risico-analyses levershunt kunnen telefonisch worden aangevraagd bij Marijke de Vries, telefoon: 0180-551310. Hiervoor zijn nodig de NHSB-nummers van de beoogde vader en moederhond (en eventueel de NHSB-nummers van de grootouders). Top
 


Home | Up | De Sheltie | De Cairn | Nieuws | Pups & planning | Gastenboek | Links